Kapot.

‘Ga jij naar tafel vier?’ Ik knik naar mijn collega. Het was rustig geweest vandaag, dus ik ben blij dat ik weer wat kan doen. Een jongen en een meisje zijn onze nieuwe gasten, een stel gok ik. ‘Goedemiddag, wat kan ik voor jullie doen?’ Begroet ik ze. ‘Twee cappuccino alsjeblieft’, bestelt de jongen. Wacht eens even… ik ken hem. Alleen dan van een hele andere setting dan ‘s middags koffiedrinken. Hij herkent mij ook, maar slaat meteen zijn blik naar de grond. Ik kan nog net ‘is goed, komt eraan’ uitbrengen tot ik zo snel mogelijk vlucht naar de bar. Terwijl ik de melk  laat opschuimen komen langzaam alle ver weggestopte herinneringen terug. Ik wilde dit zo graag vergeten. Het doet nog steeds te veel pijn.

Ik besluit dat des te eerder hij weer weg is, des te minder zijn verschijning me van mijn stuk kan brengen, en dus breng ik hen hun koffie zodra het apparaat stopt met pruttelen. Ik kijk dit keer niet hém aan, maar het meisje dat tegenover hem zit. Ze is knap. Iets in haar blik laat echt zien dat ze de gekke sfeer voelt die zojuist gecreëerd is. Ze vraagt meteen om de rekening, ook vreemd. Zondag is niet de dag voor haast. Ik reken met haar af; ik krijg geen fooi maar dat kan me op dit moment niets schelen, en ben blij dat deze opschudding weer voorbij is. ‘Waarom kijkt zij zo chagrijnig, heeft hij het zojuist uitgemaakt of zo?’ Vraagt mijn collega als ik me weer bij haar voeg, achter de bar. ‘Ik heb werkelijk geen idee’, antwoord ik zonder haar aan te kijken. Ze moest eens weten. Er staan een paar vieze kopjes in de gootsteen en ik begin ze af te wassen. Anders sta ik die twee ook alleen maar de deur uit te kijken. Ik haal nog een doekje over het hele aanrecht en als ik weer opkijk van mijn schoonmaak sessie, zie ik het meisje tot mijn grote opluchting opstaan. Thank god. Maar de jongen blijft zitten als het meisje al lopend haar jas aantrekt en de deur uitloopt. Dit was niet het plan, denk ik.

‘Vraag jij aan hem of hij nog iets wil? Het is namelijk bijna sluitingstijd.’ ‘Goed’, zeg ik, terwijl ik mezelf het liefste het komende kwartier in de wc zou willen opsluiten. Maar om gedoe te voorkomen sleep ik mezelf naar zijn tafeltje en staar naar mijn blocnote als ik hem vraag of hij nog iets wilt hebben, omdat we over een kwartier gaan sluiten. ‘Nee’ zegt hij, en ‘dankje, maar dat wist ik al. Daarom zit ik hier ook nog; ik wilde je vragen of je, als je straks klaar bent,misschien iets met mij wilt drinken, hier op het plein. Om te praten.’ Dat had ik niet aan zien komen. Ik ben met stomheid geslagen en voor ik weer iets kan zeggen, heeft mijn collega al geantwoord: ‘Natuurlijk, ik sluit bij deze wel in mijn eentje af vandaag.’ Ze glimlacht naar me. Ze denkt natuurlijk dat je ze me aan een leuke date heeft geholpen, de arme ziel. Hoe kan ik hier onderuit komen? Ik zou willen zeggen dat ik er geen behoefte aan heb, maar nu ik hem weer zie, heb ik hem eigenlijk nog heel wat te zeggen. Te verwijten, om precies te zijn. En ik ben ook wel benieuwd wat hij te vertellen heeft. ‘Oké, dan pak ik mijn jas even’ mompel ik. Ik twijfel of dit het juiste is om te doen. Ik ben al eens door hem de fout ingegaan. Maar dit keer heeft hij niets meer om te ruïneren en ik niets meer om te verpesten. Alles is toch al kapot.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s