Italiaan.

Aarzelend stapt Jess haar vertrouwde kroeg in. Ze is alleen, door een weddenschap die ze met haar vrienden is aangegaan, na de vorige avond stappen. Ze kregen ruzie, die startte omdat Jess niet mee wilde komen toen de rest naar huis wilde. Ze heeft nogal de neiging om haar vrienden te vergeten en op te gaan in de onbekendheid van anderen, wat haar vrienden nog wel voor lief nemen. Ze kunnen haar in ieder geval in de gaten houden. Maar ze laten haar niet met een wildvreemde achter, ook al beweerd Jess dat ze zojuist het beste gesprek van de avond verstoren door haar mee te nemen naar huis. Toen ze haar die avond naar buiten gesleurd hadden, riep Jess woest: ‘Ik heb ook helemaal niets aan jullie! Dat jullie nou geen nieuwe mensen willen leren kennen, oké, maar laat mij alsjeblieft mijn gang gaan.’ Haar vriend Robert beet haar met een verwijtend toontje toe ‘Wij hebben gewoon genoeg aan elkaar’. Emma, zijn vriendin, probeerde de boel te sussen voor het zou escaleren (ze stonden een paar meter van de gracht vandaan) en zei: ‘Alleen uitgaan is echt niets aan, maar misschien kun jij het tegendeel bewijzen?’ Jess dacht even na. Dat is nog niet eens een slecht idee. ‘Prima’, antwoordde ze, ‘Dan ga ik komende donderdag alleen op pad, spreken we zaterdag weer met z’n allen af en geef ik jullie mijn conclusie.’

Ze koos expres voor donderdag. Haar stad is geen echte studentenstad, dus de meeste mensen zijn pas ‘s weekends in de stad te vinden. Ze zou niet weten hoe ze zich zou moeten gedragen in al die drukte en wat ze zou moeten doen als ze een bekende tegen zou komen. Vooral iemand met wie je eigenlijk helemaal niet wilt praten, want nu zou ze niemand hebben om naartoe te vluchten. Dus donderdagavond, waarop eigenlijk weinig te beleven valt, leek haar een betere keus. Dat het niet écht uitgaan is vergat ze voor het gemak even, maar wordt haar weer goed duidelijk als ze ziet hoe rustig het binnen is. Op de dansvloer achterin de ruimte speelt nu een – niet zo’n goed – bandje een ode aan de Beatles en er staat een handjevol mensen te kijken. De barkrukken zijn zelfs op één na, allemaal vrij. De man – of jongen, ze ziet het niet zo goed – zit met een biertje voor zijn neus in de richting van de band te staren. Ze kijkt van een afstandje naar hem. Haar adem stokt eventjes als ze eindelijk zijn gezicht kan zien. Donker haar, bruine ogen, goed gebouwd… zo’n aantrekkelijke jongen is ze hier nog niet tegengekomen. Hij kijkt haar ook even aan, maar draait zijn hoofd dan weer naar de band. Zonder dat ze het zelf in de gaten heeft loopt ze richting de bar en gaat op de barkruk naast hem zitten. Hij merkt haar niet op. Ze probeert een gesprek te beginnen: ‘Volgens mij zouden Harrison en Lennon zich omdraaien in hun graf als ze dit konden horen, denk je niet?’.

De jongen draait zich naar haar om en zegt ‘I’m sorry, I don’t speak Dutch. What did you say?’. Voor Jess hem antwoord geeft, neemt ze zijn verschijning nog eens in zich op. Hij is echt heel knap, denkt ze , maar hij komt haar vooral heel bekend voor… “O, nothing, never mind. Do I know you? You look very familiar to me…” Hij kijkt haar vragend aan, maar voor hij wat kan zeggen roept Jess in het Engels: ‘Wacht! Ik weet het alweer: je lijkt exact op mijn favoriete acteur uit mijn lievelingsserie! Al is die wel al 10 jaar oud… De serie bedoel ik. Dus je kan het sowieso niet zijn, maar je lijkt er wel héél erg op, hoor’ Hij glimlacht naar haar en wanneer hij dat doet, valt het haar pas op dat hij daarvoor eigenlijk helemaal niet zo vrolijk keek.

Ze twijfelt of hij verder wilt praten, dus zwijgt ze even. Ze richt zich tot de barman tot hij haar vraagt wat hij voor haar kan inschenken. Als hij een Aperol Spritz voor haar neerzet zegt de jongen: ‘Ik kom uit de regio waar ook jouw drankje vandaan komt.’ ‘Kom je uit Italië? Wat doe je dan hier?’ reageert Jess verbaasd. Hij glimlacht opnieuw, vraagt plagend of ze dat dan niet kon horen of op z’n minst kon zien en vertelt haar dan dat hij een paar dagen in Nederland is om vrienden op te zoeken, terwijl hij naar een groepje jongens aan een statafel verderop wijst. Waarom zit hij hier dan alleen, vraagt ze zich af, maar vraagt er niet naar, bang om de luchtigheid van het gesprek te verpesten. Gelukkig vraagt hij ook niet wat zij hier alleen doet, want dat zou nogal een lang verhaal worden.

Terwijl ze nipt aan haar drankje praten ze verder over Italië, over haar stad (die hij nog helemaal niet verkend heeft) en de slechte band die van geen ophouden weet. Als ze krakend vals ‘Jude’ inzetten herhaalt ze haar openingszin tegen Milo (met die naam stelde hij zichzelf net voor)  en voor ze het zelf doorheeft springt ze op, pakt ze zijn hand en leidt hem achter zich aan naar buiten. Verbouwereerd door dit initiatief vraagt hij haar niet wat haar bezielt om zomaar weg te gaan. Na een meter of tien trekt hij toch aan haar mouw ‘Wat doe je?’. Ze stopt met lopen en draait zich naar hem toe ‘Ik had plotseling zin in een avondwandeling en sinds jij nog niets van de stad gezien hebt, dacht ik: ik geef je een insiders night-tour.’ Dat ze ook gek werd van de band en Milo’s starende vrienden laat ze achterwege. Hij haalt zijn schouders op en loopt verder ‘Waar wachten we dan nog op?’.

Ze laat hem al haar favoriete plekjes zien. Ze lopen door het park aan het water waar ze vaak met haar vrienden zit, langs het koffietentje met de lekkerste\citroentaart en over de bruggetjes bij de grachten. Ze beveelt hem meerdere keren om omhoog te kijken naar de gevels van de winkels en huizen en vertelt hem dat ze zich er zelf keer op keer weer over de schoonheid ervan verwonderd. Ze staat nog steeds versteld van zichzelf dat ze zich zo natuurlijk gedraagt terwijl ze met een jongen praat, tegen wie ze normaal gesproken geen woord kan zeggen, te in beslag genomen door zijn aantrekkelijkheid. Maar hij straalt iets uit wat haar het gevoel heeft dat hij maar wat blij is met de afleiding die ze hem biedt door met haar de avond door te brengen. Aan het eind van het rondje lopen ze door de lege winkelstraat. Vanuit een impuls pakt ze Milo’s hand. Wat doe ik, denkt ze, maar ze trekt haar hand niet terug. Milo knijpt even in haar hand, maar laat dan los. Oké, nu heeft ze echt spijt van haar actie, denkt ze de seconde voor hij zijn arm om haar heen slaat, haar naar zich toetrekt en hij voor ze het weet zijn lippen op de hare drukt… 

Na een kus die wel uren leek te duren strijken ze neer op haar favoriete pleintje, waar de winkels eindigen. ‘Normaal is het hier altijd heel druk en kan je hier geweldig mensen kijken.’ zegt ze tegen hem. Nu loopt er op een enkele dronkaard na niemand voorbij. Na een tijdje stilzwijgend naast elkaar te hebben gezeten vraagt hij haar: ‘Waar waren jou vrienden vanavond?’ Want ik geloof niet dat je vaker alleen op pad gaat.’ Shit, nu moet ze het toch vertellen. Ze schaamt zich er een beetje voor, maar omdat hij haar avond gered heeft, besluit ze hem de reden toch toe te vertrouwen en vertelt ze het hele verhaal. ‘…. maar nu zit ik hier met jou en heb ik een hele leuke avond gehad, dus heb ik de weddenschap gewonnen.’ Ze geeft hem een por in zijn zij en zegt:  ‘En wat deed jij  dan  alleen aan de bar, terwijl jij wel  je vrienden bij je had?’ ze wilde er nog aan toevoegen ‘en waarom je eerst zo neerslachtig keek’  alleen terwijl ze hem aankijkt ziet ze dat er iets in zijn blik veranderd waardoor ze dat maar voor zich houdt. ‘Bedankt voor deze geweldige avond, je wist niet hoe erg ik dit nodig had.’ zegt Milo zachtjes en hij staat op.  Dat wist ik inderdaad niet, want je hebt me nog geen antwoord gegeven, denkt Jess.

‘Maar ik moet nu weer terug naar mijn vrienden, voor ik mijn logeerplek van vannacht wel kan vergeten.’ en hij draait zich om. ‘Wacht, ik geef je mijn nummer, dan kun je bellen als je de stad nog eens bij daglicht wilt zien. Dan kun je ook daadwerkelijk de winkels in en mijn favoriete taart proeven.’ zegt Jess en ondertussen zoekt ze in haar tas naar een pen. Bingo! Ze krabbelt haar nummer op een zakdoekje en geeft die snel aan Milo, die echt aanstalten maakt om weg te gaan. ‘Bye Jess’ groet hij, en hij loopt weg, terug naar de kroeg. ‘Call me!’ roept ze hem nog na. Dat had ze nou altijd al eens willen zeggen.


Eigenlijk is dit verhaal nog lang niet afgelopen (want waarom lijkt Milo zo verdrietig?) maar aangezien deze categorie ‘Kort Verhaal’ heet, besloot ik alleen het eerste deel te plaatsen. Deel twee moet namelijk ook nog geschreven worden, haha. Ik hoop dat je dit stuk in ieder geval al leuk vond om te lezen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s